ICJ-UITSPRAAK SCHIET TEKORT

02 Maart 2024
door Mariah

Terwijl de oorlog in Gaza zijn vijfde slopende maand nadert, tonen de wreedheden begaan door de Israëlische regering geen tekenen van afname. Slechts twee dagen geleden vermoordden IDF-soldaten meer dan honderd ongewapende burgers toen zij het vuur openden op wanhopige menigten die meel verzamelden voor hun uitgehongerde families. Nu hangt een dreigende IDF-aanval boven Rafah – de laatste toevlucht in Gaza voor duizenden ontheemde families die het geweld ontvluchten. In deze context klinkt de recente ICJ-uitspraak over Israëls genocide in Gaza hol.

Op 26 januari sprak het ICJ zich voor het eerst uit over de moedige genocide-aanklacht ingediend door Zuid-Afrika tegen Israël.

In deze voorlopige uitspraak – met het definitieve vonnis nog jaren van ons verwijderd – heeft het hof Israël aangespoord om zes specifieke acties te ondernemen, voornamelijk gericht op het verlichten van het lijden van burgers. Hoewel de beslissing enkele positieve reacties heeft ontmoet van Europese moslims, was de reactie onder Palestijnen bijna unaniem in teleurstelling. Zij betogen dat het hof een cruciale kans heeft gemist door geen onmiddellijk staakt-het-vuren te eisen. De Zuid-Afrikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Naledi Pandor, raakte de kern van de zaak: “er moet een staakt-het-vuren komen, zonder dat werkt het bevel eigenlijk niet.” Ze heeft gelijk. Het hof schoot tekort in het vervullen van zijn plicht: het paste internationale verdragen, gewoonterecht en de kernjuridische principes die door de internationale gemeenschap worden gehandhaafd, niet adequaat toe. Het miste een baanbrekende kans om voor de eerste keer een vonnis uit te spreken op basis van het principe van ex aequo et bono – gelijkheid en het grotere goed. In wezen slaagde het er niet in om de mensen van Gaza te beschermen tegen slachting.

Hoe dan ook, het hof heeft geen macht om naleving af te dwingen, waardoor zijn onmacht en het theater van mensenrechtenmechanismen die er niet in slagen de onderdrukten te beschermen, worden blootgesteld.

Dit roept diepere vragen op over de selectieve toepassing van internationaal recht en de hypocrisie van westerse machten die zich vastklampen aan zijn kader wanneer het voordelig is, maar het gemakkelijk terzijde schuiven wanneer het ongelegen komt. Minister Pandor stelt scherp:

“Je kunt niet zeggen dat soevereiniteit plotseling belangrijk is omdat Oekraïne is binnengevallen, terwijl het nooit belangrijk was voor Palestina. Het is heel eigenaardig. Als je echt in internationaal recht gelooft, dan moet soevereiniteitsschending overal toegepast worden.”

Pandor legt bloot hoe internationaal recht wordt gebruikt om de belangen van dominante machten te dienen die zich niet gedwongen voelen om regels gelijkmatig toe te passen. Zolang deze ongelijkheid ingebed blijft, zal gerechtigheid worden ontkend.

Zuid-Afrika kent deze dynamieken maar al te goed vanuit zijn eigen historische strijd tegen racistische onderdrukking en apartheid. In plaats van te verwachten dat het gelaagde ICJ gerechtigheid voor Palestina levert – ondanks het overweldigende bewijs tegen Israël -, daagt Zuid-Afrika de zeer fundamenten van een systeem uit dat machtige actoren zoals Israël en zijn westerse bondgenoten in staat stelt de wereldpolitiek te domineren onder het mom van democratie en mensenrechten.

Zuid-Afrika wordt gedreven door een toewijding aan principes, specifiek door het kader dat door het zogenaamde Westen is vastgesteld en zijn beweringen van universele gerechtigheid, eerlijkheid en moraliteit uit te dagen. Dit omvat het benadrukken van de realiteit dat het systeem van het Westen zijn eigen normen lang niet heeft gehaald – als het dat ooit echt deed. Het idee dat alle individuen gelijk zijn en gelijke rechten bezitten, is in de praktijk voorbehouden aan een selecte groep: een witte, bevoorrechte minderheid. Deze groep lijkt zich niet bewust van het feit dat een niet-witte, minder bevoorrechte meerderheid steeds minder bereid is om een wereldhiërarchie te tolereren die westerse dominantie voortzet, een moderne extensie van het kolonialisme, onder het mom van het bevorderen van wereldwijde democratie en vrijheid.

Bovendien, hoewel de intensiteit en tragedie van de Palestijnse strijd uniek zijn, belichaamt het de bredere strijd tegen islamofobie en discriminatie. Deze strijd gaat over het gebruik van het zeer systeem waarin we leven om de rechten te eisen die dit systeem zogenaamd aan iedereen verleent, terwijl het tegelijkertijd wordt uitgedaagd om te voldoen aan wat het beweert te zijn.

We are here to reclaim the narrative of our own story and defend our rights!

Quick links

KVK 82237042

ROTTERDAM, THE NETHERLANDS